O jullie die geloven. Neem niet Mijn vijanden en jullie vijanden tot vrienden, hen genegenheid tonend, terwijl zij ongelovig zijn in dat wat tot jullie gekomen is van de waarheid en de boodschapper en jullie zelf verjaagd hebben omdat jullie in Allah jullie Heer geloofden! Als jullie opkomen om voor Mijn zaak te streven en Mijn welbehagen te vinden [1], Jullie tonen in het geheim jullie vriendschap aan hen terwijl Ik Alwetend ben van wat jullie verbergen en wat jullie openlijk doen. En iedereen van jullie die dat doet, dan waarlijk, hij is ver afgedwaald, weg van het rechte pad.
Keyzer
O ware geloovigen! kiest mijne vijanden en uwe vijanden niet tot uwe vrienden. Betoont hun geene vriendschap, nu zij niet de waarheid gelooven, die tot u is gekomen; en den gezant en u zelven uit uwe geboortestad hebben verdreven, omdat gij in God uwen Heer gelooft. Indien gij uit uwe woonplaatsen vertrekt ter verdediging van mijnen godsdienst en uit begeerte mij te behagen, en hun in het verborgen vriendschap betoont, waarlijk, ik ken wel wat gij verbergt en wat gij ontdekt; en gij die dit doet, is reeds van den rechten weg afgedwaald.
Leemhuis
Jullie die geloven! Neemt mijn en jullie vijanden niet als medestanders waarbij jullie hun blijken van genegenheid geven. Zij hechten geen geloof aan de waarheid die tot jullie gekomen is en zij verdrijven de gezant en jullie omdat jullie in God, jullie Heer geloven. Als jullie uittrekken om jullie op Mijn weg in te zetten en om naar Mijn welbehagen te streven, terwijl jullie hun in het geheim genegenheid tonen, dan weet Ik het best wat jullie in het verborgen en wat jullie openlijk doen. En wie van jullie het doet is van de correcte weg afgedwaald.
Als zij de macht over jullie verkrijgen, dan zouden zij jullie als hun vijanden behandelen, en hun handen en hun tongen tegen jullie gebruiken in het kwaad en zij wensen dat jullie ongelovig zullen zijn.
Keyzer
Indien zij u slechts ergens ontmoeten, zullen zij uwe vijanden zijn; zij zullen hunne handen en hunne tongen met boosheid naar u uitstrekken, en zij begeeren ernstig, dat gij ongeloovigen zult worden.
Leemhuis
Als zij jullie aantreffen zijn zij vijanden voor jullie; zij strekken hun handen en hun tongen met slechte bedoelingen naar jullie uit en zouden graag willen dat jullie ongelovig werden.
Op de dag der opstanding zullen jullie noch van jullie kinderen noch van jullie verwanten profiteren. Hij zal tussen jullie oordelen. En Allah is de Alziende van wat jullie doen.
Keyzer
Noch uwe bloedverwanten, noch uwe kinderen zullen u van eenig nut zijn op den dag der opstanding, die u van elkander zal scheiden: en God ziet wat gij doet.
Leemhuis
Jullie verwantschapsbanden noch jullie kinderen zullen jullie van nut zijn; op de opstandingsdag zal Hij tussen jullie scheiding aanbrengen. En God doorziet wel wat jullie doen.
Voorwaar er is een uitmuntend voorbeeld voor jullie in Ibraahiem en degenen met hem, toen zij tegen hun volk zeiden: “Waarlijk, wij zijn vrij van jullie en alles wat jullie naast Allah aanbidden, wij hebben jullie afgewezen en er is tussen jullie en ons een vijandschap begonnen en altijd durende haat - tot jullie alleen in Allah geloven,” behalve de uitspraak van Ibraahiem tegen zijn vader: “Waarlijk, ik zal om vergeving voor u vragen, maar ik ben niet in staat iets voor u te doen bij Allah.” “Onze Heer! In U (alleen) leggen wij ons vertrouwen en tot U (alleen) keren wij ons in berouw en in U (alleen) is (onze) uiteindelijke terugkeer.
Keyzer
Gij hebt een uitmuntend voorbeeld in Abraham, en zij die met hem waren, toen zij tot hun volk zeiden: Waarlijk wij zijn onschuldig aan u en aan de afgoden, welke gij naast God vereert; wij hebben afstand van u gedaan (u verloochend; en er is voor eeuwig haat en vijandschap tusschen ons gekomen, tot gij in God alleen gelooft. Doch gij zult Abraham niet navolgen in hetgeen hij tot zijn vader zeide: Waarlijk ik wil vergiffenis voor u vragen; maar ik kan niets ten uwen behoeve van God verkrijgen. O Heer! in u vertrouwen wij, en tot u zijn wij gewend, en voor u zullen wij hiernamaals worden verzameld.
Leemhuis
Jullie hebben toch een goed voorbeeld in Ibrahiem en hen die met hem waren, toen zij tot hun volk zeiden: "Wij hebben niets te maken met jullie en wat jullie in plaats van God dienen. Wij hechten geen geloof aan jullie. Tussen jullie en ons is de vijandschap en de haat voor altijd openlijk zichtbaar geworden, totdat jullie in God alleen geloven", behalve dan in wat Ibrahiem tot zijn vader zei: "Ik zal voor jou om vergeving vragen, maar ik kan ten gunste van jou niets tegen God uitrichten. Onze Heer, op U stellen wij ons vertrouwen en tot U wenden wij ons schuldbewust en bij U is de bestemming.
Zeker, er is in hen een uitmuntend voorbeeld voor jullie om te volgen, - voor degenen die zich op Allah verheugen – en de laatste dag. En iedereen die zich afkeert, dan waarlijk, Allah is de Rijke, De meest prijzenswaardige.
Keyzer
Waarlijk, gij hebt een uitmuntend voorbeeld in hen en in hem; gij die op God en den jongsten dag vertrouwt. Maar hij die zich afwendt, waarlijk, God is almachtig en lofwaardig.
Leemhuis
Inderdaad hebben jullie in hen een goed voorbeeld, voor wie op God en de laatste dag hopen, maar als iemand zich afkeert? God is de behoefteloze, de lofwaardige.
Wellicht sticht Allah vriendschap tussen jullie en degenen die jullie als jullie vijanden hebben genomen. En Allah heeft macht en Allah is meest vergevend, meest Genadevol.
Keyzer
Misschien zal God vriendschap doen onstaan tusschen u en hen, welke gij thans voor uwe vijanden houdt; want God is machtig, en God is vergevensgezind en barmhartig.
Leemhuis
Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen; God is vrijmachtig en God is vergevend en barmhartig.
Allah verbiedt jullie niet eerlijk te handelen en vriendelijk te zijn voor degenen die jullie niet vanwege jullie godsdienst bevochten en jullie niet uit jullie huizen dreven. Waarlijk, Allah houdt van de rechtvaardigen [1].
Keyzer
Wat hen betreft, die geene wapenen tegen u hebben gevoerd wegens den godsdienst, en u niet uit uwe woningen verdreven hebben. God verbiedt u niet, hen vriendschappelijk te behandelen en rechtvaardig jegens hen te zijn.
Leemhuis
God verbiedt niet dat jullie hen die niet wegens de godsdienst tegen jullie gestreden hebben en die jullie niet uit jullie woningen verdreven hebben, met respect en rechtvaardig behandelen. God bemint hen die rechtvaardig handelen.
Het betreft slechts degenen die jullie vanwege de godsdienst bevochten en jullie uit jullie huizen dreven, en geholpen hebben jullie uit te drijven. Allah verbiedt het om hen als helpers te nemen. En iedereen die hun als helpers neemt, dat zijn de onrechtvaardigen.
Keyzer
Doch wat degenen betreft, die u om uwen godsdienst bestreden en u uit uwe woningen verdreven, of daartoe mede geholpen hebben, verbiedt God u vriendschap met hen aan te knoopen, en wie het doen, zijn snoodaards.
Leemhuis
Maar God verbiedt dat jullie hun die wegens de godsdienst tegen jullie gestreden hebben, die jullie uit jullie huizen verdreven en die bij jullie verdrijving geholpen hebben, bijstand verlenen. En zij die hun bijstand verlenen, zij zijn de onrechtplegers.
O jullie die geloven! Als de gelovige vrouwen tot jullie als emigranten komen, onderzoek hen dan. Allah kent hun geloof het beste, als jullie weten dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen, zij zijn geen wettige (echtgenotes) voor de ongelovigen, noch zijn de ongelovigen wettige (echtgenoten) voor hen. Maar geef de ongelovigen het (geldbedrag) wat zij uitgegeven hebben (als bruidsschat). En er rust geen zonde in als jullie hen huwen, als jullie hen hun bruidsschat betalen. En houd ook niet de ongelovige vrouwen als echtgenotes en vraag van wat jullie hebben uitgegeven en laat hen terugvragen wat zij hebben uitgegeven. Dat is het oordeel van Allah. Hij oordeelt tussen jullie. En Allah is Alwetend, Alwijs.
Keyzer
O ware geloovigen! indien geloovige vrouwen als vluchtelingen tot u komen, beproeft haar: God is wel bekend met haar geloof. En als gij weet dat zij ware geloovigen zijn, zendt haar dan niet tot de ongeloovigen terug. Het is haar niet geoorloofd de ongeloovigen te huwen, en de ongeloovigen mogen haar niet huwen. Maar geeft haren ongeloovigen echtgenooten, wat zij voor hare bruidschatten zullen hebben besteed. Het is u geoorloofd haar te huwen; maar verzeker haar heuren bruidschat. Behoudt de ongeloovige vrouwen niet, maar vraagt datgene terug, wat gij besteed hebt voor den bruidschat van diegene uwer vrouwen, welke tot de ongeloovigen overloopen, en laat hen terugvragen, wat zij besteed hebben voor de bruidschatten hunner vrouwen, die tot u overloopen. Dit is Gods oordeel, hetgeen hij voor u vaststelt; en God is alwetend en wijs.
Leemhuis
Jullie die geloven! Wanneer gelovige vrouwen als uitgewekenen tot jullie komen, stelt haar dan op de proef. God kent haar geloof het best. En wanneer jullie weten dat zij gelovig zijn zendt haar dan niet terug naar de ongelovigen. Zij zijn aan hen niet toegestaan [om mee getrouwd te zijn] en zij zijn voor haar niet toegestaan. En geeft aan haar wat jullie als bijdragen geeft. En het is geen overtreding voor jullie als jullie met haar trouwen, wanneer jullie haar haar loon geven. En houdt niet vast aan de huwelijksbanden met de ongelovige vrouwen. En vraagt om de bijdrage die jullie gegeven hebben; zij vragen ook om de bijdrage die zij gegeven hebben. Dat is Gods oordeel; Hij oordeelt tussen jullie. God is wetend en wijs.
En als een vrouw van jullie naar de ongelovigen is gegaan en jullie een aanvulling hebben, betaal dan aan degenen wiens vrouwen weg zijn gegaan, het gelijkwaardige bedrag van wat zij uitgegeven hebben. En vrees Allah in Wie jullie geloven.
Keyzer
Indien eene uwer vrouwen, van u naar de ongeloovigen vlucht, en gij zijt schadeloos gesteld door het vluchten van eene der vrouwen van de ongeloovigen tot u geef dan aan de geloovigen, wier vrouwen ontvlucht zullen zijn, zooveel van de bruidschatten der laatsten, als zij voor de bruidschatten der eersten zullen hebben besteed, en vreest God in wien gij gelooft.
Leemhuis
En als echtgenotes van jullie er naar de ongelovigen vandoor gaan en als jullie dan een strafexpeditie houden geeft dan aan hen bij wie hun echtgenotes zijn weggegaan zoveel als wat zij als bijdrage hebben gegeven. En vreest God in wie jullie geloven.
O Profeet! Als gelovige vrouwen tot jou komen om de eed af te leggen dat zij niemand in de aanbidding met Allah zullen verenigen, dat zij niet zullen stelen, dat zij geen overspel zullen plegen, dat zij hun kinderen niet zullen doden, dat zij niet zullen lasteren, bewust zullen liegen en jou niet in het goede ongehoorzaam zullen zijn, accepteer dan hun eed en vraag Allah hen te vergeven. Waarlijk, Allah is meest Vergevend, meest Genadevol.
Keyzer
O profeet! als geloovige vrouwen tot u komen, en u haar geloof bekennen, dat zij niets met God verbinden, niet stelen, geen overspel bedrijven, of hare kinderen niet dooden en niet zullen komen met eene lastering, welke zij tusschen hare handen en hare voeten hebben uitgedacht, en u niet ongehoorzaam zullen wezen, in hetgeen redelijk is, verbindt u dan met haar en vraagt vergiffenis voor haar aan God; want God is vergevensgezind en barmhartig.
Leemhuis
O profeet, wanneer de gelovige vrouwen tot jou komen om jou trouw te zweren met de verplichting niets als metgezel aan God toe te voegen, niet te stelen, geen overspel te plegen, hun kinderen niet te doden, niet met lasterlijke slechtheid aan te komen die zij eigenhandig bij de geboorte verzinnen en jou in het redelijke niet ongehoorzaam te zijn, neem haar eed van trouw dan aan en vraag God voor haar om vergeving; God is vergevend en barmhartig.
O jullie die geloven! Neem niet de mensen die de toorn van Allah oproepen tot helpers (vrienden) zeker, zij wanhopen (eraan) dat zij iets goeds in het hiernamaals zullen ontvangen, net als de ongelovigen wanhopen aan de terugkeer van de bewoners van de graven.
Keyzer
O ware geloovigen! knoopt geene vriendschap aan met een volk, waartegen God vertoornd is. Zij wanhopen aan het volgende leven, gelijk de ongeloovigen aan de opstanding twijfelen van hen, die de graven bewonen.
Leemhuis
Jullie die geloven! Neemt geen medestanders op wie God vertoornd is. Zij hebben geen hoop voor het hiernamaals zoals de ongelovigen geen hoop hebben voor hen die in de graven zijn.