بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ عَمَّ يَتَسَآءَلُونَ ﴿1﴾
Dutch Translation - Rowwad Translation Center
Wat vragen zij (elkaar)?
Keyzer
Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?
Leemhuis
Waarover ondervragen zij elkaar?
Compare up to three verified translation editions verse by verse, including editions in two different languages.
Changing languages or editions keeps the current surah and verse.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ عَمَّ يَتَسَآءَلُونَ ﴿1﴾
Wat vragen zij (elkaar)?
Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?
Waarover ondervragen zij elkaar?
عَنِ ٱلنَّبَإِ ٱلْعَظِيمِ ﴿2﴾
Over de grote aankondiging.
Nopens het groote nieuws der opstanding.
Over de geweldige mededeling
ٱلَّذِى هُمْ فِيهِ مُخْتَلِفُونَ ﴿3﴾
Waarover zij in onenigheid zijn.
Omtrent welke zij niet overeenstemmen.
waarover zij het oneens zijn.
كَلَّا سَيَعْلَمُونَ ﴿4﴾
Nee, zij zullen het te weten komen!
Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.
Nee toch, zij zullen het weten!
ثُمَّ كَلَّا سَيَعْلَمُونَ ﴿5﴾
Nogmaals, nee zij zullen het te weten komen!
Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.
Nog eens, nee toch, zij zullen het weten!
أَلَمْ نَجْعَلِ ٱلْأَرْضَ مِهَٰدًۭا ﴿6﴾
Hebben Wij de aarde niet als een bed uitgespreid?
Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.
Hebben Wij niet de aarde tot een wiegebed gemaakt
وَٱلْجِبَالَ أَوْتَادًۭا ﴿7﴾
En de bergen als pilaren?
En de bergen als staken om haar te bevestigen?
en de bergen tot tentpinnen?
وَخَلَقْنَٰكُمْ أَزْوَٰجًۭا ﴿8﴾
En Wij hebben jullie in paren geschapen.
Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.
Wij hebben jullie in paren geschapen.
وَجَعَلْنَا نَوْمَكُمْ سُبَاتًۭا ﴿9﴾
En Wij hebben jullie slaap als een rust gemaakt?
En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?
Wij hebben jullie slaap gemaakt om uit te rusten.
وَجَعَلْنَا ٱلَّيْلَ لِبَاسًۭا ﴿10﴾
En hebben de nacht als bedekking gemaakt?
Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.
Wij hebben de nacht gemaakt als een omhulling.
وَجَعَلْنَا ٱلنَّهَارَ مَعَاشًۭا ﴿11﴾
En hebben de dag gemaakt om levensonderhoud te vinden?
En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?
Wij hebben de dag gemaakt voor de levensbehoeften.
وَبَنَيْنَا فَوْقَكُمْ سَبْعًۭا شِدَادًۭا ﴿12﴾
En boven jullie hebben Wij zeven sterke (hemelen) gebouwd?
Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.
Wij hebben boven jullie zeven hechte [hemelen] gebouwd.
وَجَعَلْنَا سِرَاجًۭا وَهَّاجًۭا ﴿13﴾
En hebben (daarin) een stralende lamp gemaakt?
En daarin eene brandende lamp geplaatst?
Wij hebben een schitterende lamp gemaakt.
وَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلْمُعْصِرَٰتِ مَآءًۭ ثَجَّاجًۭا ﴿14﴾
En hebben regenwolken vol stromend water naar beneden gezonden?
En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.
En Wij hebben uit de regenwolken water in stromen laten neerdalen
لِّنُخْرِجَ بِهِۦ حَبًّۭا وَنَبَاتًۭا ﴿15﴾
Om daarmee koren en planten te kunnen laten groeien.
Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.
om daarmee graan en planten voort te brengen
وَجَنَّٰتٍ أَلْفَافًا ﴿16﴾
En dichtbegroeide tuinen.
En tuinen, dicht beplant met boomen?
en dichtbegroeide tuinen.
إِنَّ يَوْمَ ٱلْفَصْلِ كَانَ مِيقَٰتًۭا ﴿17﴾
Waarlijk, de dag van de beslissing is op een vastgestelde tijd.
Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;
De dag van de schifting is een afgesproken tijd,
يَوْمَ يُنفَخُ فِى ٱلصُّورِ فَتَأْتُونَ أَفْوَاجًۭا ﴿18﴾
De dag waarop de bazuin geblazen zal worden, en dat jullie in groepen naar voren komen.
De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.
de dag waarop op de bazuin geblazen wordt. Dan zullen jullie in groepen komen
وَفُتِحَتِ ٱلسَّمَآءُ فَكَانَتْ أَبْوَٰبًۭا ﴿19﴾
En de hemel zal worden geopend en deze zal dan als poorten zijn.
De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.
en wordt de hemel geopend en hij is een en al poorten.
وَسُيِّرَتِ ٱلْجِبَالُ فَكَانَتْ سَرَابًا ﴿20﴾
En de bergen verpulverd zullen worden en zij als een luchtspiegeling zullen zijn.
De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.
En de bergen worden in beweging gezet en zijn als een luchtspiegeling.
إِنَّ جَهَنَّمَ كَانَتْ مِرْصَادًۭا ﴿21﴾
Waarlijk, de hel is een hinderlaag.
Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;
En de hel is een hinderlaag,
لِّلطَّٰغِينَ مَـَٔابًۭا ﴿22﴾
Een verblijfplaats voor de degenen die de grenzen van Allah overschrijden.
Eene bergplaats voor de zondaren
waar de onbeschaamden naar terugkeren,
لَّٰبِثِينَ فِيهَآ أَحْقَابًۭا ﴿23﴾
Zij zullen daar eeuwen wonen.
Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.
waar zij voortdurend zullen blijven.
لَّا يَذُوقُونَ فِيهَا بَرْدًۭا وَلَا شَرَابًا ﴿24﴾
Zij zullen daar niets koels proeven, noch iets drinken.
Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.
Zij zullen daarin noch koelte noch iets om te drinken proeven,
إِلَّا حَمِيمًۭا وَغَسَّاقًۭا ﴿25﴾
Behalve kokend water en vieze vloeistof.
Behalve kokend water en bedorven vocht:
maar gloeiend water en etter,
جَزَآءًۭ وِفَاقًا ﴿26﴾
Een precieze vergelding (van hun slechte daden).
Eene geschikte vergelding voor hunne daden!
als een passende vergelding.
إِنَّهُمْ كَانُوا۟ لَا يَرْجُونَ حِسَابًۭا ﴿27﴾
Want waarlijk zij dachten niet aan een vergelding.
Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.
Zij verwachtten geen afrekening
وَكَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا كِذَّابًۭا ﴿28﴾
Want zij verloochenden onze tekenen.
En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.
en zij loochenden Onze tekenen herhaaldelijk.
وَكُلَّ شَىْءٍ أَحْصَيْنَٰهُ كِتَٰبًۭا ﴿29﴾
En alles hebben Wij in een boek genoteerd.
Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.
En alles hebben Wij opgesomd in een boek.
فَذُوقُوا۟ فَلَن نَّزِيدَكُمْ إِلَّا عَذَابًا ﴿30﴾
Proef dus (het resultaat van jullie slechte daden). Geen vermeerdering zullen Wij jullie geven behalve in de bestraffing.
Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.
Proeft dan; jullie bestraffing wordt alleen maar erger.
إِنَّ لِلْمُتَّقِينَ مَفَازًا ﴿31﴾
Waarlijk voor de godvrezenden die Allah vreest, zal er succes zijn.
Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:
Maar voor de godvrezenden is er een triomf,
حَدَآئِقَ وَأَعْنَٰبًۭا ﴿32﴾
Tuinen en wijngaarden.
Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.
boomgaarden en wijnstokken,
وَكَوَاعِبَ أَتْرَابًۭا ﴿33﴾
En gezellinnen die een gelijke leeftijd hebben.
En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.
rondborstige gezellinnen die even oud zijn
وَكَأْسًۭا دِهَاقًۭا ﴿34﴾
En een volle beker.
En een vollen beker.
en een vol gevulde beker.
لَّا يَسْمَعُونَ فِيهَا لَغْوًۭا وَلَا كِذَّٰبًۭا ﴿35﴾
Zij zullen daar geen nutteloos gepraat horen, noch een leugen.
Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.
Zij horen daar geen geklets en geen loochening.
جَزَآءًۭ مِّن رَّبِّكَ عَطَآءً حِسَابًۭا ﴿36﴾
Een beloning van jullie Heer, een beloning die meer dan voldoet.
Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.
Als beloning van jouw Heer, als gift en als afrekening
رَّبِّ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا ٱلرَّحْمَٰنِ ۖ لَا يَمْلِكُونَ مِنْهُ خِطَابًۭا ﴿37﴾
(Van) de Heer van de hemelen en de aarde en wat daar tussen is – de meest Barmhartige niemand durft met Hem te spreken (op de dag der opstanding) behalve met Zijn permissie.
Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.
van de Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is, de Erbarmer, die zij niet kunnen tegenspreken
يَوْمَ يَقُومُ ٱلرُّوحُ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ صَفًّۭا ۖ لَّا يَتَكَلَّمُونَ إِلَّا مَنْ أَذِنَ لَهُ ٱلرَّحْمَٰنُ وَقَالَ صَوَابًۭا ﴿38﴾
De dag dat Jibriel en de engelen in rijen zullen staan zal, niemand spreken behalve degene die de toestemming heeft van de meest Barmhartige en hij zal zeggen wat juist is.
Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.
op de dag dat de geest en de engelen in een rij staan. Spreken zullen slechts zij aan wie de Erbarmer het toestaat en die zeggen wat juist is.
ذَٰلِكَ ٱلْيَوْمُ ٱلْحَقُّ ۖ فَمَن شَآءَ ٱتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِۦ مَـَٔابًا ﴿39﴾
Dat is zonder twijfel de ware dag, laat dus iedereen die dat wil zich tot zijn Heer keren.
Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.
Dat is de dag van de waarheid. Wie wil begeeft zich op de terugweg naar zijn Heer.
إِنَّآ أَنذَرْنَٰكُمْ عَذَابًۭا قَرِيبًۭا يَوْمَ يَنظُرُ ٱلْمَرْءُ مَا قَدَّمَتْ يَدَاهُ وَيَقُولُ ٱلْكَافِرُ يَٰلَيْتَنِى كُنتُ تُرَٰبًۢا ﴿40﴾
Waarlijk, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een naderende bestraffing – de dag dat de mens zal zien wat zijn handen hebben voortgebracht (aan goed en slecht). En (radeloos) zal de ongelovige zeggen: “Wee mij! Werd ik maar tot stof herleid (zoals de dieren)!”
Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt. Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!
Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een nabije bestraffing op de dag dat de mens kijkt naar wat zijn handen vroeger gedaan hebben en waarop de ongelovige zegt: "O wee, was ik maar stof!"