بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ الٓمٓ ﴿1﴾
Dutch Translation - Rowwad Translation Center
Alif, Laam, Miem.[1]
Keyzer
A. L. M.
Leemhuis
A[lif] L[aam] M[iem].
Compare up to three verified translation editions verse by verse, including editions in two different languages.
Changing languages or editions keeps the current surah and verse.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ الٓمٓ ﴿1﴾
Alif, Laam, Miem.[1]
A. L. M.
A[lif] L[aam] M[iem].
غُلِبَتِ ٱلرُّومُ ﴿2﴾
De Romeinen zijn verslagen.
De Grieken zijn door de Perzen overwonnen
De Romeinen zijn overwonnen
فِىٓ أَدْنَى ٱلْأَرْضِ وَهُم مِّنۢ بَعْدِ غَلَبِهِمْ سَيَغْلِبُونَ ﴿3﴾
In het laagste punt op aarde. En zij zullen na hun verlies de overwinnaars worden.
In een zeer nabij gelegen gedeelte van het land; maar na hunne nederlaag zullen zij de andere op hunne beurt.
in het dichtstbijzijnde land, maar na hun nederlaag zullen zij overwinnen,
فِى بِضْعِ سِنِينَ ۗ لِلَّهِ ٱلْأَمْرُ مِن قَبْلُ وَمِنۢ بَعْدُ ۚ وَيَوْمَئِذٍۢ يَفْرَحُ ٱلْمُؤْمِنُونَ ﴿4﴾
Tussen drie en negen jaar. Het besluit over deze zaak, voor en na (deze gebeurtenis) ligt uitsluitend bij Allah en op die dag zullen de gelovigen zich verheugen, (omdat de Perzen meer ongelovig en vijandig zijn tegen de moslims, zelfs vandaag de dag nog).
Binnen eenige jaren overwinnen. Aan God behoort de beschikking hierover, zoowel voor hetgeen voorbij is, als voor hetgeen komen zal. Op dien dag zullen de geloovigen zich verblijden
over enkele jaren. God komt de beslissing toe, vroeger en later. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen
بِنَصْرِ ٱللَّهِ ۚ يَنصُرُ مَن يَشَآءُ ۖ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ ﴿5﴾
Met de hulp van Allah (aan de Romeinen tegen de perzen), Hij helpt wie Hij wil (aan een overwinning)en Hij is de Almachtige, de Genadevolle.
In het voordeel door God verleend; want hij verleent goeden uitslag aan degene die hem behaagt, en hij is de Machtige, de Barmhartige.
over Gods hulp. Hij helpt wie Hij wil; Hij is de machtige, de barmhartige.
وَعْدَ ٱللَّهِ ۖ لَا يُخْلِفُ ٱللَّهُ وَعْدَهُۥ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ ﴿6﴾
(Het is) een belofte van Allah, en Allah verbreekt Zijn belofte niet, maar de meeste mensen weten het niet.
Dit is de belofte van God: God zal niet in tegenspraak met zijne belofte handelen; maar het grootste deel der menschen kennen Gods waarachtigheid niet.
Het is Gods toezegging. God zal Zijn toezegging zeker nakomen, maar de meeste mensen weten het niet.
يَعْلَمُونَ ظَٰهِرًۭا مِّنَ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَهُمْ عَنِ ٱلْءَاخِرَةِ هُمْ غَٰفِلُونَ ﴿7﴾
Zij [1] kennen slechts de uiterlijke schijn van het leven van de wereld en zij zijn achteloos voor het hiernamaals.
Zij kennen het uiterlijke aanzien van het tegenwoordige leven; maar zij zijn zorgeloos nopens het volgende leven.
Zij kennen slechts de buitenkant van het tegenwoordige leven, terwijl zij op het hiernamaals geen acht slaan.
أَوَلَمْ يَتَفَكَّرُوا۟ فِىٓ أَنفُسِهِم ۗ مَّا خَلَقَ ٱللَّهُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَآ إِلَّا بِٱلْحَقِّ وَأَجَلٍۢ مُّسَمًّۭى ۗ وَإِنَّ كَثِيرًۭا مِّنَ ٱلنَّاسِ بِلِقَآئِ رَبِّهِمْ لَكَٰفِرُونَ ﴿8﴾
Denken zij dan niet diep na over zichzelf? Allah heeft de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is niet anders geschapen dan met de waarheid en voor een aangewezen termijn. En voorwaar, velen van de mensheid ontkennen de ontmoeting met hun Heer.
Overdenken zij niet bij zich zelven, dat God de hemelen en de aarde, en ook alles wat daartusschen is, niet anders dan in waarheid heeft geschapen en voor hen een bepaald tijdvak aangewezen heeft? Waarlijk een groot aantal der menschen verwerpen het geloof aan hunne toekomstige ontmoeting van den Heer bij de opstanding.
Denken zij dan in zichzelf niet na? God heeft de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is slechts in waarheid en voor een vastgestelde termijn geschapen. Maar velen van de mensen hechten geen geloof aan de ontmoeting met hun Heer.
أَوَلَمْ يَسِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَيَنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَانُوٓا۟ أَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةًۭ وَأَثَارُوا۟ ٱلْأَرْضَ وَعَمَرُوهَآ أَكْثَرَ مِمَّا عَمَرُوهَا وَجَآءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِٱلْبَيِّنَٰتِ ۖ فَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيَظْلِمَهُمْ وَلَٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ ﴿9﴾
Reizen zij niet over land en zien wat het einde is van degenen die vóór hen waren? Zij waren machtiger dan hen in kracht en zij bewerkten de aarde en bevolkten die in grotere aantallen dan deze (Qoeraysh) dat gedaan hebben, en tot hen kwamen hun boodschappers met duidelijke bewijzen. Zeker, Allah heeft hen geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.
Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van degenen die hen voorafgingen? Deze overtroffen de bewoners van Mekka in kracht, braken de aarde open en woonden daar in grooteren overvloed en voorspoed dan zij; en hunne gezanten kwamen met duidelijke wonderen tot hen, en God was niet geneigd, hen onrechtvaardig te behandelen; maar zij mishandelden hunne eigene zielen door hun hardnekkig ongeloof.
Hebben zij dan niet op de aarde rondgereisd en ernaar gekeken hoe het einde van hen was die er voor hen waren? Die waren sterker dan zij en ploegden en bebouwden het land meer dan zij het bebouwden. En tot hen kwamen hun gezanten met de duidelijke bewijzen. God was niet zo dat Hij hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.
ثُمَّ كَانَ عَٰقِبَةَ ٱلَّذِينَ أَسَٰٓـُٔوا۟ ٱلسُّوٓأَىٰٓ أَن كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَكَانُوا۟ بِهَا يَسْتَهْزِءُونَ ﴿10﴾
Slecht was toen het einde van degenen die zondigden, omdat zij de tekenen Allah verloochenden en het bespotten.
En het einde van hen, die snood gehandeld hadden, was slecht, omdat zij Gods teekens van valschheid beschuldigden en bespotten.
Toen was het einde van hen die verkeerd deden het allerergste, omdat zij Gods tekenen geloochend hadden en omdat zij er de spot mee dreven.
ٱللَّهُ يَبْدَؤُا۟ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ ﴿11﴾
(Alleen) Allah vormt de schepping, dan zal Hij het herhalen en tot Hem zullen jullie terugkeren [1].
God brengt schepselen voort en doet die daarna tot hem terugkomen. Tot hem zult gij wederkeeren.
God begint met de schepping, dan herhaalt Hij haar en dan zullen jullie tot Hem teruggebracht worden.
وَيَوْمَ تَقُومُ ٱلسَّاعَةُ يُبْلِسُ ٱلْمُجْرِمُونَ ﴿12﴾
En op de Dag waarop het Uur plaatsvindt, zullen de misdadigers zich met diepe spijt, berouw en wanhoop in de vernietiging storten
En op den dag waarop het uur zal komen, zullen de zondaren stom van wanhoop worden.
En op de dag dat het uur aanbreekt zullen de boosdoeners in wanhoop terneergeslagen zijn.
وَلَمْ يَكُن لَّهُم مِّن شُرَكَآئِهِمْ شُفَعَٰٓؤُا۟ وَكَانُوا۟ بِشُرَكَآئِهِمْ كَٰفِرِينَ ﴿13﴾
Zij zullen geen bemiddelaars hebben van degenen die zij aan Allah gelijk hebben gesteld en zij zullen (zichzelf) verwerpen en hun deelgenoten ontkennen.
Zij zullen geene tusschenpersonen hebben onder de afgoden welke zij met God vereenigen. En zij zullen de valsche goden verloochenen, welke zij met hem vereenigen.
En er zullen onder hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen geen bemiddelaars zijn, maar zij zullen aan hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen geen geloof hechten.
وَيَوْمَ تَقُومُ ٱلسَّاعَةُ يَوْمَئِذٍۢ يَتَفَرَّقُونَ ﴿14﴾
En op de Dag waarop het Uur plaats vindt – die Dag zullen (alle mensen) gescheiden worden.
Op den dag waarop het uur zal komen, zullen de ware geloovigen en de ongeloovigen gescheiden zijn.
En op de dag dat het uur aanbreekt, op die dag zullen zij verspreid worden.
فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَهُمْ فِى رَوْضَةٍۢ يُحْبَرُونَ ﴿15﴾
Maar voor degenen die geloofden en goede daden verrichten, zij zullen in Tuinen genieten.
En zij die geloofd en rechtvaardigheid uitgeoefend zullen hebben, zullen zich vermeien in een schoonen bloemgaard.
Maar wat hen betreft die geloven en de deugdelijke daden doen, zij zullen in een hof verblijd worden.
وَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَكَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا وَلِقَآئِ ٱلْءَاخِرَةِ فَأُو۟لَٰٓئِكَ فِى ٱلْعَذَابِ مُحْضَرُونَ ﴿16﴾
En voor degenen die ongelovig waren en Onze tekenen verloochenden en de ontmoeting in het hiernamaals – zij zullen naar de bestraffing gebracht worden.
Maar wat hen betreft, die niet geloofd en onze teekens en de ontmoeting in het volgende leven verworpen zullen hebben, zij zullen aan de straf worden overgeleverd.
En wat hen betreft die ongelovig zijn en die Onze tekenen en de ontmoeting van het hiernamaals loochenen, zij zijn het die ter bestraffing worden voorgeleid.
فَسُبْحَٰنَ ٱللَّهِ حِينَ تُمْسُونَ وَحِينَ تُصْبِحُونَ ﴿17﴾
Verheerlijk (en gedenk) Allah (in het gebed), als jullie de avond ingaan (door het maghrib- en ‘isjaa` gebed te verrichten) en wanneer jullie de ochtend ingaan (door het fadjr gebed te verrichten).
Verheerlijkt dus God als de avond u overvalt, en als gij des ochtends opstaat.
God zij dus geprezen in de tijd van de avond en in de tijd van de morgen.
وَلَهُ ٱلْحَمْدُ فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَعَشِيًّۭا وَحِينَ تُظْهِرُونَ ﴿18﴾
En Hem komen alle lofprijzingen en dank toe – zowel in de hemelen als op aarde – (gedenk Hem dus ook) tijdens het af nemen van de dag (de tijdspanne tussen het namiddaggebed en het maghrib gebed) en het ‘groeien’ van de dag (de tijdspanne tussen het ochtendgebed en het middaggebed).
Hij zij geloofd in den hemel en op aarde, en bij zonsondergang en als gij des middags rust.
Hem zij de lof in de hemelen en op de aarde, ook 's avonds en op de middag.
يُخْرِجُ ٱلْحَىَّ مِنَ ٱلْمَيِّتِ وَيُخْرِجُ ٱلْمَيِّتَ مِنَ ٱلْحَىِّ وَيُحْىِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ وَكَذَٰلِكَ تُخْرَجُونَ ﴿19﴾
(Gedenk Hem dus veelvuldig want) Hij brengt de levenden voort uit de doden (een mens uit een zaad- en eicel, een vogel uit een ei; en een gelovige uit een ongelovige) en (het is ook) Hij die de doden voortbrengt uit de levenden. En (d.m.v. regenwater) doet Hij de (dorre) aarde (na een periode van droogte) herleven na haar dood. En (zo ook) zullen jullie (bij de wederopstaning uit jullie graven) worden voortgebracht (voor de uiteindelijke afrekening).
Hij brengt het levende uit het doode voort, en hij brengt het doode uit het levende voort, en hij verkwikt de aarde, nadat die dood was. Evenzoo zult gij uit uwe graven worden voortgebracht.
Hij brengt het levende uit het dode voort en Hij brengt het dode uit het levende voort en Hij doet de aarde herleven nadat zij dood was. En zo zullen jullie tevoorschijn gebracht worden.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦٓ أَنْ خَلَقَكُم مِّن تُرَابٍۢ ثُمَّ إِذَآ أَنتُم بَشَرٌۭ تَنتَشِرُونَ ﴿20﴾
En onder Zijn tekenen is het volgende: dat jullie geschapen heeft uit aarde en dan, - zie, jullie zijn verspreide menselijke wezens!
Een zijner teekenen is, dat hij u van stof heeft geschapen; en, onthoudt het, gij zijt menschen geworden die over de oppervlakte der aarde zijn verspreid.
Tot Zijn tekenen behoort dat Hij jullie uit aarde geschapen heeft; toen waren jullie dan mensen die zich verspreidden.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦٓ أَنْ خَلَقَ لَكُم مِّنْ أَنفُسِكُمْ أَزْوَٰجًۭا لِّتَسْكُنُوٓا۟ إِلَيْهَا وَجَعَلَ بَيْنَكُم مَّوَدَّةًۭ وَرَحْمَةً ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَٰتٍۢ لِّقَوْمٍۢ يَتَفَكَّرُونَ ﴿21﴾
En het behoort tot (Allah Zijn) tekenen dat Hij (soorgelijke) partners uit julliezelf voortbrengt, zodat jullie bij hen tot rust kunnen komen. En Hij heeft tussen jullie (echtparen) liefde en genade geplaatst. Waarlijk, in dat zijn zeker tekenen voor mensen die nadenken.
En een ander zijner teekenen is, dat hij u vrouwen uit u zelven heeft geschapen, opdat gij met haar zoudt samenwonen, en hij heeft liefde en teederheid tusschen u geplaatst. Waarlijk, hierin zijn teekenen voor hen die begrijpen.
En tot Zijn tekenen behoort dat Hij voor jullie echtgenotes uit jullie eigen midden geschapen heeft om bij haar rust te vinden. En Hij heeft liefde en erbarmen tussen jullie gebracht. Daarin zijn tekenen voor mensen die nadenken.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦ خَلْقُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱخْتِلَٰفُ أَلْسِنَتِكُمْ وَأَلْوَٰنِكُمْ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَٰتٍۢ لِّلْعَٰلِمِينَ ﴿22﴾
En tot Zijn tekenen behoren de schepping van de hemelen en de aarde, en het verschil in jullie talen en (huids)kleuren. Waarlijk, daarin zijn zeker tekenen voor nadenkende mensen met kennis.
Tot zijne teekenen behooren ook de schepping van de hemelen en de aarde, en de verscheidenheid uwer talen en uwe gelaatskleur. Waarlijk, hierin zijn teekenen voor menschen van verstand.
En tot Zijn tekenen behoren de schepping van de hemelen en de aarde en het verschil in jullie talen en kleuren. Daarin zijn tekenen voor de wereldbewoners.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦ مَنَامُكُم بِٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَٱبْتِغَآؤُكُم مِّن فَضْلِهِۦٓ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَٰتٍۢ لِّقَوْمٍۢ يَسْمَعُونَ ﴿23﴾
En onder Zijn tekenen is de slaap, dat jullie in de nacht en in de dag kan overmannen en jullie zoektocht naar Zijn gunsten. Waarlijk hierin zijn zeker tekenen voor mensen die luisteren.
En tot zijne teekenen behooren uw slaap bij nacht en bij dag, en uwe pogingen om u van zijn overvloed te voorzien; waarlijk, hierin zijn teekens voor hen die luisteren.
En tot Zijn tekenen behoort jullie slaap, 's nachts en overdag en jullie streven naar een gunst van Hem. Daarin zijn tekenen voor mensen die horen.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦ يُرِيكُمُ ٱلْبَرْقَ خَوْفًۭا وَطَمَعًۭا وَيُنَزِّلُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءًۭ فَيُحْىِۦ بِهِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَآ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَٰتٍۢ لِّقَوْمٍۢ يَعْقِلُونَ ﴿24﴾
En onder Zijn tekenen is dat Hij jullie de bliksem toont door hoop en vrees en Hij laat het water uit de hemel vallen en daarmee doet Hij de aarde na haar dood herleven. Waarlijk hierin zijn zeker tekenen voor mensen die begrijpen.
Onder zijne teekens behoort ook, dat hij u den bliksem toont om schrik te verwekken, en hoop op regen te geven, en dat hij water uit den hemel nederzendt en daardoor de aarde verkwikt, nadat die stervende was. Waarlijk, hierin zijn teekenen voor hen die begrijpen.
En tot Zijn tekenen behoort dat Hij jullie in vrees en begeerte de bliksem laat zien en dat Hij uit de hemel water laat neerdalen en dat Hij daarmee de aarde laat herleven nadat zij dood was. Daarin zijn tekenen voor mensen die verstandig zijn.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦٓ أَن تَقُومَ ٱلسَّمَآءُ وَٱلْأَرْضُ بِأَمْرِهِۦ ۚ ثُمَّ إِذَا دَعَاكُمْ دَعْوَةًۭ مِّنَ ٱلْأَرْضِ إِذَآ أَنتُمْ تَخْرُجُونَ ﴿25﴾
En onder Zijn tekenen is dat de hemel en de aarde onder Zijn bevel staan en daarna, als Hij jullie zal roepen door één enkele roep, zie, jullie komen uit de aarde.
En onder zijne teekenen is er een; namelijk dat de aarde en de hemel op zijn bevel stil staan. Als hij u hierna uit de ingewanden der aarde zal oproepen, zult gij daaruit voortkomen.
En tot Zijn tekenen behoort dat de hemel en de aarde op Zijn bevel vast staan. Dan, wanneer Hij jullie luid uit de aarde oproept, dan komen jullie tevoorschijn.
وَلَهُۥ مَن فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۖ كُلٌّۭ لَّهُۥ قَٰنِتُونَ ﴿26﴾
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Allen geven zich aan hem over (vrijwillig of gedwongen).
Aan hem zijn allen onderworpen die zich in de hemelen en op aarde bevinden; allen zijn hem gehoorzaam.
En van Hem is wie er in de hemelen en op de aarde is. Allen zijn aan Hem onderdanig.
وَهُوَ ٱلَّذِى يَبْدَؤُا۟ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ وَهُوَ أَهْوَنُ عَلَيْهِ ۚ وَلَهُ ٱلْمَثَلُ ٱلْأَعْلَىٰ فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۚ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ ﴿27﴾
En Hij is het Die de schepping vormt, daarna zal het zich herhalen en dit is gemakkelijk voor Hem. Aan Hem is de hoogste beschrijving in de hemelen en op aarde. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.
Hij is het die oorspronkelijk een schepsel voortbrengt en daarna weder tot hem terugvoert, en dit is hem zeer gemakkelijk. Hij eischt terecht de meest verheven vergelijking in den hemel en op de aarde, en hij is de Machtige, de Wijze.
Hij is het die met de schepping begint en haar dan herhaalt. Dat is gemakkelijk voor Hem. En Hem komt het hoogste voorbeeld toe in de hemelen en op de aarde; Hij is de machtige, de wijze.
ضَرَبَ لَكُم مَّثَلًۭا مِّنْ أَنفُسِكُمْ ۖ هَل لَّكُم مِّن مَّا مَلَكَتْ أَيْمَٰنُكُم مِّن شُرَكَآءَ فِى مَا رَزَقْنَٰكُمْ فَأَنتُمْ فِيهِ سَوَآءٌۭ تَخَافُونَهُمْ كَخِيفَتِكُمْ أَنفُسَكُمْ ۚ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلْءَايَٰتِ لِقَوْمٍۢ يَعْقِلُونَ ﴿28﴾
Hij geeft jullie een voorbeeld van jullie zelf. Hebben jullie onder wat jullie rechterhand bezit deelgenoten in datgene waarmee wij jullie hebben voorzien die net als jullie een gelijk aandeel daarin hebben? En jullie vrezen zoals jullie elkaar vrezen? Dus zo leggen Wij de tekenen nauwkeurig uit aan de mensen die nadenken.
Hij stelt u vergelijkingen voor, aan u zelven ontleend. Hebt gij onder de slaven, welke door uwe rechterhand worden bezeten, een deelgenoot in het vermogen dat wij u hebben geschonken, zoodat gij daarvan gelijke bezitters met hen wordt, of dat gij hen vreest, zoo als gij elkander vreest? Zoo leggen wij onze teekens duidelijk uit, voor hen die begrijpen.
Hij maakt voor jullie voorbeelden uit jullie eigen midden. Hebben jullie dan onder de slaven waarover jullie beschikken deelgenoten in de levensbehoeften waarmee Wij jullie hebben voorzien zodat jullie daarin gelijk zijn? Zijn jullie bang voor hen zoals jullie bang voor jullie zelf zijn? Zo zetten Wij de tekenen uiteen voor mensen die verstandig zijn.
بَلِ ٱتَّبَعَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوٓا۟ أَهْوَآءَهُم بِغَيْرِ عِلْمٍۢ ۖ فَمَن يَهْدِى مَنْ أَضَلَّ ٱللَّهُ ۖ وَمَا لَهُم مِّن نَّٰصِرِينَ ﴿29﴾
Nee, maar degenen die zondigen volgen zonder kennis hun eigen lusten. Wie zal dan degenen leiden die Allah doet hen dwalen? En voor zulken zullen er geen helpers zijn.
Maar zij die onrechtvaardig handelen, door anderen naast God te plaatsen, volgen hunne eigene lusten zonder kennis; en wie zal degenen richten, welke God doet dwalen? Zij zullen niemand hebben om hem te helpen.
Maar nee, zij die onrecht plegen volgen zonder kennis slechts hun eigen neigingen. Wie kan er dan aan iemand die door God tot dwaling is gebracht de goede richting wijzen? Zij hebben geen helpers.
فَأَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ حَنِيفًۭا ۚ فِطْرَتَ ٱللَّهِ ٱلَّتِى فَطَرَ ٱلنَّاسَ عَلَيْهَا ۚ لَا تَبْدِيلَ لِخَلْقِ ٱللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ ٱلدِّينُ ٱلْقَيِّمُ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ ﴿30﴾
(O Mohammed) keer je gezicht dus in de richting van de (zuivere) godsdienst als Hanief (samen met jouw volgelingen, dat is de natuurlijke aanleg waarin hij de mensen en djins heeft geschapen). Laat geen verandering in Allah Zijn godsdienst plaatsvinden (d.m.v. jullie veelgoderij). Dat is het zuivere monotheïsme, maar de meeste (ongelovige) mensen (willen) het niet weten!
Weest dus godvruchtig en wendt uw aangezicht naar den waren godsdienst; de instelling van God, die den mensch heeft geschapen om haar te omhelzen. Er is geene verandering in hetgeen God heeft geschapen. Dit is de ware godsdienst; maar het grootste deel der menschen weet het niet.
En richt je aangezicht naar de godsdienst als een aanhanger van het zuivere geloof, de van God afkomstige aanleg die Hij de mensen ingeschapen heeft. Gods schepping is niet te veranderen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.
۞ مُنِيبِينَ إِلَيْهِ وَٱتَّقُوهُ وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَلَا تَكُونُوا۟ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ ﴿31﴾
Keer (altijd) in berouw tot (alleen) Hem en heb vrees voor Hem en wees plichtsgetrouw: en verricht de gebeden perfect en behoor niet tot de afgodendienaars.
Weest tot hem gewend en vreest hem; zijt standvastig in het gebed, en dient geene afgoden.
Wendt jullie schuldbewust tot Hem en vreest Hem en verricht de salaat en behoort niet tot de veelgodendienaars,
مِنَ ٱلَّذِينَ فَرَّقُوا۟ دِينَهُمْ وَكَانُوا۟ شِيَعًۭا ۖ كُلُّ حِزْبٍۭ بِمَا لَدَيْهِمْ فَرِحُونَ ﴿32﴾
Van degenen die hun godsdienst opsplitsen en tot een sekte gaan behoren, iedere sekte verheugt zich met wat het heeft [1].
Van hen die eene scheuring in hunnen godsdienst hebben gemaakt, en in verschillende secten zijn verdeeld, verblijdt iedere secte zich in hare eigen meening.
tot hen die hun godsdienst opsplitsen en tot sekten zijn geworden; elke sekte is blij over wat zij hebben.
وَإِذَا مَسَّ ٱلنَّاسَ ضُرٌّۭ دَعَوْا۟ رَبَّهُم مُّنِيبِينَ إِلَيْهِ ثُمَّ إِذَآ أَذَاقَهُم مِّنْهُ رَحْمَةً إِذَا فَرِيقٌۭ مِّنْهُم بِرَبِّهِمْ يُشْرِكُونَ ﴿33﴾
En als een rampspoed de mensen raakt, dan roepen zij oprecht om alleen hun Heer, zich tot Hem in berouw kerend, maar als Hij hen Zijn genade laat proeven, zie! Een deel van hen kent deelgenoten in de aanbidding aan hun Heer toe [1].
Als tegenspoed hen treft, roepen zij hunnen Heer aan, zich tot hem wendende; daarna als hij hun van zijne genade heeft doen proeven, vereenigt een deel van hen andere godheden met hunnen Heer.
En wanneer de mensen tegenspoed treft roepen zij hun Heer aan, terwijl zij zich schuldbewust tot Hem wenden, maar daarna, wanneer Hij hun van Zijn kant barmhartigheid laat proeven, dan voegt een groep van hen metgezellen aan Hem toe,
لِيَكْفُرُوا۟ بِمَآ ءَاتَيْنَٰهُمْ ۚ فَتَمَتَّعُوا۟ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ ﴿34﴾
Om dus ondankbaar te zijn voor de gunsten die Wij hun gegeven hebben. Geniet dan; maar jullie zullen het te weten komen.
Om zich ondankbaar te betoonen voor de gunsten, welke wij hun hebben geschonken. Verblijdt u dus in de ijdele vermaken dezer wereld; maar hierna zult gij de gevolgen kennen.
om in hun ongeloof ondankbaar te zijn voor wat Wij hun gegeven hebben. Geniet maar; jullie zullen het weten.
أَمْ أَنزَلْنَا عَلَيْهِمْ سُلْطَٰنًۭا فَهُوَ يَتَكَلَّمُ بِمَا كَانُوا۟ بِهِۦ يُشْرِكُونَ ﴿35﴾
Of hebben Wij aan hen een geschrift geopenbaard dat spreekt over datgene wat zij met Hem verenigen?
Hebben wij hun eenig gezag nedergezonden, dat van de valsche goden spreekt; welke zij met hem vereenigen?
Of hebben Wij tot hen een machtiging neergezonden waarin sprake zou zijn van de metgezellen die zij aan Hem toevoegen?
وَإِذَآ أَذَقْنَا ٱلنَّاسَ رَحْمَةًۭ فَرِحُوا۟ بِهَا ۖ وَإِن تُصِبْهُمْ سَيِّئَةٌۢ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ إِذَا هُمْ يَقْنَطُونَ ﴿36﴾
En als Wij de mensheid onze genade laten proeven, verheugen zij zich daarin, maar als iets kwaads hen treft vanwege datgene wat zij met hun eigen handen vooruit hebben gestuurd, zie! Zij verkeren dan in wanhoop! (de gelovige heeft nooit wanhoop, slechts volle vertrouwen in de eerlijkheid en de wijsheid van zijn heer).
Als wij de menschen de weldaden der genade doen smaken, verblijden zij zich daarin; doch indien hun kwaad overkomt, om hetgeen hunne handen te voren hebben bedreven, wanhopen zij.
En wanneer Wij de mensen Onze barmhartigheid laten proeven, dan verheugen zij zich erover, maar als hen kwaad treft om wat hun handen eerder gedaan hebben, dan geven zij de hoop op.
أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَبْسُطُ ٱلرِّزْقَ لِمَن يَشَآءُ وَيَقْدِرُ ۚ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَٰتٍۢ لِّقَوْمٍۢ يُؤْمِنُونَ ﴿37﴾
Zien zij dan niet dat Allah de voorziening vergroot voor wie Hij wil en het beperkt. Waarlijk, hierin zijn tekenen voor een volk dat gelooft.
Zien zij niet dat God een overvloedigen voorraad schenkt aan degenen die hem behagen en spaarzaam is naar zijn wil?
Hebben zij dan niet gezien dat God ruimschoots in het levensonderhoud voorziet van wie Hij wil en ook met mate? Daarin zijn tekenen voor mensen die geloven.
فَـَٔاتِ ذَا ٱلْقُرْبَىٰ حَقَّهُۥ وَٱلْمِسْكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ ۚ ذَٰلِكَ خَيْرٌۭ لِّلَّذِينَ يُرِيدُونَ وَجْهَ ٱللَّهِ ۖ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ ﴿38﴾
Geef de verwanten dus zijn deel en de arme en de reiziger (die tekort komt). Dat is het goede voor degenen die Allah Zijn tevredenheid zoeken, en zij zijn het die zullen slagen (het helpen van je broeders en zusters is een groot onderdeel van de Islam).
Geef hem, die met u verwant is, datgene wat gij hem in billijkheid verplicht zijt, en ook aan den arme en den vreemdeling; dit is beter voor hen die Gods aangezicht zoeken, en zij zullen voorspoed genieten.
Geef dus de verwant wat hem toekomt en ook de behoeftige en wie onderweg is. Dat is beter voor hen die het aangezicht van God zoeken en zij zijn het die het welgaat.
وَمَآ ءَاتَيْتُم مِّن رِّبًۭا لِّيَرْبُوَا۟ فِىٓ أَمْوَٰلِ ٱلنَّاسِ فَلَا يَرْبُوا۟ عِندَ ٱللَّهِ ۖ وَمَآ ءَاتَيْتُم مِّن زَكَوٰةٍۢ تُرِيدُونَ وَجْهَ ٱللَّهِ فَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُضْعِفُونَ ﴿39﴾
En datgene wat jullie in gaven weggeven (rente) zodat het zal vermeerderen heeft geen vermeerdering bij Allah, maar wat jullie als liefdadigheid weggeven om Allahs tevredenheid te zoeken, dan zal dat veelvoudig vermeerderd worden.
Wat gij in woeker zult geven, om het uwe met der menschen bezittingen te vergrooten, zal niet vergroot worden, dan door Gods zegen; maar wat gij aan aalmoezen geeft voor Gods zaak, daarvoor zult gij eene tweevoudige belooning ontvangen.
En de [lening op] woeker, die jullie geven om het ten koste van de bezittingen van de mensen te laten groeien, groeit bij God niet. Maar de zakaat die jullie geven terwijl jullie Gods aangezicht zoeken? zij zijn het die het laten verveelvoudigen.
ٱللَّهُ ٱلَّذِى خَلَقَكُمْ ثُمَّ رَزَقَكُمْ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ۖ هَلْ مِن شُرَكَآئِكُم مَّن يَفْعَلُ مِن ذَٰلِكُم مِّن شَىْءٍۢ ۚ سُبْحَٰنَهُۥ وَتَعَٰلَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ ﴿40﴾
Allah is Degene die jullie geschapen heeft, daarna jullie heeft voorzien, dan zal Hij jullie laten sterven, dan zal Hij jullie weer leven geven. Is er één van jullie zogenaamde deelgenoten die zoiets kan doen? Verheerlijkt zij Hij! En verheven is Hij boven al dat (kwade) wat zij (met Hem) verenigen.
God is het die u geschapen en van voedsel voorzien heeft; daarna zal hij u doen sterven, en daarna zal hij u ten leven opwekken. Is er een uwer valsche goden, die in staat is het minste dezer dingen te doen? Geloofd zij hij en verre zij het van hem, wat zij met hem vereenigen.
God is het die jullie geschapen heeft en daarna in jullie onderhoud voorzien heeft. Dan laat Hij jullie sterven. Daarna brengt Hij jullie weer tot leven. Is er onder jullie [zogenaamd goddelijke] metgezellen iemand die zoiets doen kan? Hij zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.
ظَهَرَ ٱلْفَسَادُ فِى ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ بِمَا كَسَبَتْ أَيْدِى ٱلنَّاسِ لِيُذِيقَهُم بَعْضَ ٱلَّذِى عَمِلُوا۟ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ ﴿41﴾
Het verderf is op het land en de zee verschenen vanwege wat de handen van de mensen verdiend hebben, dat Allah hen een deel laat proeven (beproevingen) van wat zij gedaan hebben zodat zij terug mogen keren (in Tawbah) naar Allah.
Verderf is te land en ter zee verschenen, om de misdaden door menschenhanden bedreven; ten einde zij daardoor een deel der vruchten zouden proeven van hetgeen zij hebben gewrocht, opdat zij misschien van hunne slechte wegen zouden mogen terugkeeren.
Het verderf is op het vasteland en op zee zichtbaar geworden door wat de handen van de mensen ten uitvoer brengen. [Dat is gebeurd] opdat Hij hun iets van wat zij gedaan hebben wil laten proeven; misschien zullen zij terugkeren.
قُلْ سِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلُ ۚ كَانَ أَكْثَرُهُم مُّشْرِكِينَ ﴿42﴾
Zeg: “Reis door het land en zie wat het einde was van degenen vóór (jullie)!" De meesten van hen waren afgodendienaars.
Zeg: Ga over de aarde en zie wat het einde was van hen die voor u waren: het grootste deel hunner waren afgodendienaars.
Zeg: "Reist op de aarde rond en kijkt hoe het einde was van hen die er vroeger waren; de meesten van hen waren veelgodendienaars."
فَأَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ ٱلْقَيِّمِ مِن قَبْلِ أَن يَأْتِىَ يَوْمٌۭ لَّا مَرَدَّ لَهُۥ مِنَ ٱللَّهِ ۖ يَوْمَئِذٍۢ يَصَّدَّعُونَ ﴿43﴾
Keer je gezicht dus naar de goede en juiste godsdienst, want er komt van Allah een Dag die niemand kan ontwijken. En op die Dag zal de mens verdeeld worden.
Wend dus uw aangezicht naar den rechten godsdienst, alvorens de dag kome, dien niemand van God kan verwijderen. Op dien dag zullen zij in twee groepen worden gescheiden.
En richt je aangezicht naar de juiste godsdienst voordat er een dag komt die door God niet wordt afgewend. Op die dag zullen zij gesplitst worden.
مَن كَفَرَ فَعَلَيْهِ كُفْرُهُۥ ۖ وَمَنْ عَمِلَ صَٰلِحًۭا فَلِأَنفُسِهِمْ يَمْهَدُونَ ﴿44﴾
Iedereen die ongelovig was, zal van zijn ongeloof te lijden hebben en iedereen die goede daden doet zij zullen voor zichzelf een goede plaats voorbereiden.
Die een ongeloovige mocht zijn geweest, zal de lasten van zijn ongeloof dragen, en die gedaan zullen hebben, wat recht is, zullen zich rustplaatsen in het paradijs spreiden;
Wie ongelovig is, diens ongeloof is in zijn nadeel en wie deugdelijk hebben gehandeld, die bereiden een plaats voor zichzelf,
لِيَجْزِىَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ مِن فَضْلِهِۦٓ ۚ إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْكَٰفِرِينَ ﴿45﴾
Dat Hij degenen die geloven en die goede daden doen uit Zijn gunst moge belonen. Waarlijk Hij houdt niet van de ongelovigen (als je je stevig vast houdt aan de Islam, weet dan dat dat de grootste gunst van Allah is)
Opdat hij van zijne overvloedige milddadigheid degenen mogen beloonen, die geloofd en rechtvaardig gehandeld zullen hebben; want hij bemint de ongeloovigen niet.
opdat Hij hen die geloven en de deugdelijke daden doen door Zijn gunst beloont; Hij bemint de ongelovigen niet.
وَمِنْ ءَايَٰتِهِۦٓ أَن يُرْسِلَ ٱلرِّيَاحَ مُبَشِّرَٰتٍۢ وَلِيُذِيقَكُم مِّن رَّحْمَتِهِۦ وَلِتَجْرِىَ ٱلْفُلْكُ بِأَمْرِهِۦ وَلِتَبْتَغُوا۟ مِن فَضْلِهِۦ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ ﴿46﴾
En onder Zijn tekenen is dat Hij winden stuurt met goede tijdingen, en jullie Zijn genade laat proeven en dat de schepen op Zijn bevel mogen varen. En dat jullie Zijn gunsten mogen zoeken zodat jullie dankbaar zullen zijn.
Onder zijne teekenen is er een: dat hij de winden zendt, welkome tijding dragende van regen, opdat hij u van zijne genade zou mogen doen proeven en opdat de schepen op zijn bevel mogen zeilen, en gij dankbaar wezen zoudt.
En tot Zijn tekenen behoort dat Hij de winden als verkondigers van goed nieuws uitzendt opdat Hij jullie van Zijn barmhartigheid laat proeven, opdat de schepen op Zijn bevel varen en opdat jullie streven naar een gunst van Hem; misschien zullen jullie dank betuigen.
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ رُسُلًا إِلَىٰ قَوْمِهِمْ فَجَآءُوهُم بِٱلْبَيِّنَٰتِ فَٱنتَقَمْنَا مِنَ ٱلَّذِينَ أَجْرَمُوا۟ ۖ وَكَانَ حَقًّا عَلَيْنَا نَصْرُ ٱلْمُؤْمِنِينَ ﴿47﴾
En voorwaar, Wij hebben boodschappers vóór jou gestuurd tot hun volkeren. Zij kwamen met duidelijke bewijzen tot hen, Wij hebben Ons gewroken op degenen die misdaden plachten te doen en (wat) de gelovigen (betreft) was het een verplichting voor Ons (hen) te helpen (in standvastigheid in het geloof, in oorlog, onderdrukking, dat allen wanneer Allah het wilt en hoe hij het wilt).
Vóór u zonden wij gezanten onder die verschillende volkeren; zij kwamen met duidelijke bewijzen tot hen en wij namen wraak op degenen die zondig handelden. Het was onze plicht de ware geloovigen te ondersteunen.
En Wij hebben al voor jouw tijd gezanten naar hun volk gezonden en zij kwamen tot hen met de duidelijke bewijzen. Toen namen Wij wraak op hen die boosdoeners waren, maar het was voor Ons een verplichting de gelovigen te helpen.
ٱللَّهُ ٱلَّذِى يُرْسِلُ ٱلرِّيَٰحَ فَتُثِيرُ سَحَابًۭا فَيَبْسُطُهُۥ فِى ٱلسَّمَآءِ كَيْفَ يَشَآءُ وَيَجْعَلُهُۥ كِسَفًۭا فَتَرَى ٱلْوَدْقَ يَخْرُجُ مِنْ خِلَٰلِهِۦ ۖ فَإِذَآ أَصَابَ بِهِۦ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦٓ إِذَا هُمْ يَسْتَبْشِرُونَ ﴿48﴾
Allah is Degene Die de winden stuurt, zodat zij wolken verzamelen en hen over de hemel verdelen zoals Hij wilt en hen dan in delen opbreekt, tot jullie uit hun midden regendruppels zien voortkomen! Dan als Hij ze op de dienaren die Hij wilt laat vallen, zie! Zij verheugen zich!
Het is God die de winden zendt, en de wolken doet oprijzen, deze naar zijn welbehagen in den hemel uitspreidt en naderhand verdrijft; en gij kunt den regen uit haar midden zien voortkomen, en als hij dien op degenen zijner dienaren uitgiet welke hem behagen, worden zij met vreugde vervuld.
God is het die de winden uitzendt die dan in de hemel wolken opdrijven. En Hij spreidt ze uit hoe Hij het wil en Hij verdeelt ze in stukken. Dan zie je de regen ertussenuit komen. En wanneer Hij van zijn dienaren ermee treft wie Hij wil, dan verblijden zij zich.
وَإِن كَانُوا۟ مِن قَبْلِ أَن يُنَزَّلَ عَلَيْهِم مِّن قَبْلِهِۦ لَمُبْلِسِينَ ﴿49﴾
En waarlijk hiervoor, - net voordat het op hen was neergezonden, waren zij wanhopig!
Hoewel zij, voor hij hun werd nedergezonden en vóór dien troost, wanhopig waren.
Ook al waren zij voorheen, voordat het tot hen was neergezonden, in wanhoop terneergeslagen.
فَٱنظُرْ إِلَىٰٓ ءَاثَٰرِ رَحْمَتِ ٱللَّهِ كَيْفَ يُحْىِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَآ ۚ إِنَّ ذَٰلِكَ لَمُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ ۖ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍۢ قَدِيرٌۭ ﴿50﴾
Kijk dan naar de sporen (effect) van Allah Zijn genade, hoe Hij de aarde na haar dood doet herleven. Waarlijk! Dat (Allah) Degene is Die de aarde na haar dood doet herleven, zal zeker de doden doen herrijzen, en Hij is tot alle dingen in staat.
Beschouw daarom de sporen van Gods genade hoe hij de aarde verkwikt na haren kwijnenden staat. Waarlijk, hij zal de dooden doen opstaan; want hij is almachtig.
Kijkt dan naar de sporen van Gods barmhartigheid, hoe Hij de aarde laat herleven nadat zij dood was. Dat is Hij die de doden laat herleven en Hij is almachtig.
وَلَئِنْ أَرْسَلْنَا رِيحًۭا فَرَأَوْهُ مُصْفَرًّۭا لَّظَلُّوا۟ مِنۢ بَعْدِهِۦ يَكْفُرُونَ ﴿51﴾
En als Wij een wind sturen, en zij zien (hun akkerland) geel worden, - zie, zij worden dan, nadat zij blij zijn gewees, ondankbare ongelovigen.
Indien wij een verzengenden wind zonden, en zij zouden hun koren zien geel worden en verbranden, zouden zij zeker ondankbaar worden, in weerwil onzer vroegere gunsten.
En als Wij een wind uitzenden en zij hem dan geel zien worden blijven zij daarna toch ongelovig.
فَإِنَّكَ لَا تُسْمِعُ ٱلْمَوْتَىٰ وَلَا تُسْمِعُ ٱلصُّمَّ ٱلدُّعَآءَ إِذَا وَلَّوْا۟ مُدْبِرِينَ ﴿52﴾
Dus waarlijk jij kan de doden niet laten horen noch kan je de doven de roep laten horen wanneer zij hun ruggen laten zien, zich afkerend.
Gij kunt de dooden niet doen hooren, noch kunt de dooven uwen kreet doen vernemen, als zij zich verwijderen en u hunne ruggen toewenden.
Maar jij kunt de doden niet doen horen, noch kun jij de doven de oproep doen horen wanneer zij de rug toekeren.
وَمَآ أَنتَ بِهَٰدِ ٱلْعُمْىِ عَن ضَلَٰلَتِهِمْ ۖ إِن تُسْمِعُ إِلَّا مَن يُؤْمِنُ بِـَٔايَٰتِنَا فَهُم مُّسْلِمُونَ ﴿53﴾
En jij kan de blinden niet van hun dwaling leiden; jij kan slechts degenen die in Onze tekenen geloven en zich aan Allah in de Islam hebben overgegeven, laten horen.
Ook kunt gij den blinde niet uit zijne dwaling leiden. Gij zult niemand hoorend maken, behalve hen die in onze teekenen gelooven; want deze zijn ons onderworpen.
En jij brengt de blinden niet van hun dwaalweg af. Jij kunt slechts hen die in Onze tekenen geloven doen horen; zij hebben zich [aan God] overgegeven.
۞ ٱللَّهُ ٱلَّذِى خَلَقَكُم مِّن ضَعْفٍۢ ثُمَّ جَعَلَ مِنۢ بَعْدِ ضَعْفٍۢ قُوَّةًۭ ثُمَّ جَعَلَ مِنۢ بَعْدِ قُوَّةٍۢ ضَعْفًۭا وَشَيْبَةًۭ ۚ يَخْلُقُ مَا يَشَآءُ ۖ وَهُوَ ٱلْعَلِيمُ ٱلْقَدِيرُ ﴿54﴾
Allah is Degene Die jullie uit een zwakke (vermengde vloeistof) heeft geschapen, daarop gaf Hij jullie kracht (als volwassene) na de zwakheid (van jullie kinderjaren), vervolgens (nam Hij) de (levens)kracht (weer weg) en gaf Hij jullie de zwakte (van ouderdom in combinatie met) grijs haar. Hij schept wat Hij wil. En Hij is het Die Alwetend, de Almachtige is.
Het is God die u vol zwakheid heeft geschapen, en u, na de zwakte, kracht heeft gegeven: maar na de kracht zal hij u wederom tot zwakte terugbrengen en tot grijze haren. Hij schept wat hem behaagt, en hij is de Wijze, de Machtige.
God is het die jullie eerst in zwakte schept, dan geeft Hij na de zwakte kracht en dan geeft Hij na de kracht zwakte en grijs haar. Hij schept wat Hij wil en Hij is de wetende, de vrijmachtige.
وَيَوْمَ تَقُومُ ٱلسَّاعَةُ يُقْسِمُ ٱلْمُجْرِمُونَ مَا لَبِثُوا۟ غَيْرَ سَاعَةٍۢ ۚ كَذَٰلِكَ كَانُوا۟ يُؤْفَكُونَ ﴿55﴾
En op de Dag dat het Uur zal aanbreken zullen de misdadigers zweren dat zij niet langer dan een uur zijn gebleven, dus waren zij altijd bedrogen.
Op den dag waarop het laatste uur zal komen, zullen de zondaren willen zweren. Dat zij niet langer dan een uur zijn gebleven. Op dezelfde wijze spraken zij gedurende hunnen leeftijd leugens uit.
En op de dag dat het uur aanbreekt zullen de boosdoeners zweren dat het niet langer dan een uur geduurd heeft. Zo afgeleid waren zij.
وَقَالَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْعِلْمَ وَٱلْإِيمَٰنَ لَقَدْ لَبِثْتُمْ فِى كِتَٰبِ ٱللَّهِ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْبَعْثِ ۖ فَهَٰذَا يَوْمُ ٱلْبَعْثِ وَلَٰكِنَّكُمْ كُنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ ﴿56﴾
En degenen die kennis en geloof is gegeven zullen zeggen: “Voorwaar, jullie zijn volgens het Boek van Allah gebleven tot de Dag der Opstanding, maar jullie wisten het niet.”
Maar zij aan wie kennis en geloof werd geschonken, zullen zeggen: Gij zijt gebleven, overeenkomstig Gods boek, tot den dag der opstanding; maar gij wist het niet.
Zij aan wie de kennis en het geloof gegeven is zeggen: "Het heeft voor jullie volgens Gods boek tot de dag van de opwekking geduurd. Dit is dus de dag van de opwekking! Maar jullie wisten het niet."
فَيَوْمَئِذٍۢ لَّا يَنفَعُ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مَعْذِرَتُهُمْ وَلَا هُمْ يُسْتَعْتَبُونَ ﴿57﴾
Op die Dag zal er voor degenen die zondigden dus geen verontschuldiging bestaan, noch zal het hen toegestaan zijn om terug te keren om Allahs genoegen te zoeken.
Op dien dag zal hunne verontschuldiging degenen niet helpen, die onrechtvaardig hebben gehandeld; ook zullen zij niet meer worden uitgenoodigd, zich bij God aangenaam te maken.
En op die dag zal hun die onrecht pleegden hun verontschuldiging niet baten en zij krijgen geen kans meer om het goed te maken.
وَلَقَدْ ضَرَبْنَا لِلنَّاسِ فِى هَٰذَا ٱلْقُرْءَانِ مِن كُلِّ مَثَلٍۢ ۚ وَلَئِن جِئْتَهُم بِـَٔايَةٍۢ لَّيَقُولَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا مُبْطِلُونَ ﴿58﴾
En voorwaar, Wij hebben voor de mensheid in deze koran allerlei soorten voorbeelden gegeven. Maar als jij hen wat voor teken dan ook brengt, toch zullen de ongelovigen zeker zeggen: “Jullie volgen niets anders dan valsheid.”
En thans hebben wij den mensch in dezen Koran vergelijkingen van allerlei aard voorgesteld; maar indien gij de ongeloovigen een vers daarvan brengt, zullen zij zekerlijk zeggen; Gij zijt slechts verkondigers van ijdele leugens.
Wij hebben in deze Koran voor de mensen allerlei voorbeelden gegeven, maar als jij met een teken tot hen komt zeggen zij die ongelovig zijn: "Jullie zijn slechts mensen die zeggen wat niet waar is."
كَذَٰلِكَ يَطْبَعُ ٱللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ ﴿59﴾
Dus verzegelt Allah de harten van degenen die niet weten.
Zoo heeft God de harten dichtgezegeld van hen die niet gelooven.
Zo verzegelt God de harten van hen die niet weten.
فَٱصْبِرْ إِنَّ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقٌّۭ ۖ وَلَا يَسْتَخِفَّنَّكَ ٱلَّذِينَ لَا يُوقِنُونَ ﴿60﴾
Wees dus geduldig. Waarlijk de belofte van Allah is waarheid, en laat niet degenen die geen zekerheid over het geloof hebben, je ontmoedigen van de verkondiging van Allahs boodschap.
Maar gij, o Mahomet, volhard met standvastigheid; want God is waar, en laten niet zij u tot wankelen brengen, die geene zekere kennis bezitten.
Volhard dus geduldig; Gods toezegging is waar. En zij die geen vaste overtuiging hebben, kunnen jou niet aan het weifelen brengen.